Kinderfysiotherapie

Kinderen zijn de eerste 16 jaar van hun leven volop in ontwikkeling. Daarbij kunnen allerhande ontwikkelingsstoornissen optreden. Het onderkennen en begeleiden van problemen en vragen van kinderen is een specialisatie binnen de fysiotherapie. Hierbij wordt een indeling gemaakt naar baby’s en peuters, kleuters, kinderen in de lagere schoolleeftijd en pubers.

 

Meest voorkomende vragen

Baby’s & peuters

Voorbeelden van vragen van ouders met baby’s en peuters zijn:

  • mijn kind ligt het liefst naar links gedraaid;
  • mijn baby heeft zo’n plat achterhoofdje;
  • mijn zoontje kruipt maar niet en schuift het liefst op zijn billen;
  • ons dochtertje draait haar voetjes naar binnen en valt zo vaak.

 

Kleuters

Kleuters komen vaak bij de kinderfysiotherapeut terecht omdat ze zo ‘onhandig’ zijn, vaak vallen en/of nog niet mee kunnen in het bewegen en spelen met andere kinderen op de kleuterschool.

 

Lagere schoolkinderen

De problemen van de lagere schoolkinderen betreffen meestal moeilijkheden met het schrijven, klachten aan de voeten of enkels, en ook onhandigheid in sport en spel.

 

Pubers

Pubers hebben vaak knie- en voetklachten of een houdingprobleem; ook hoofdpijnklachten komen bij pubers voor.

 

Intake

Eerst wordt met de ouders en zo mogelijk ook met het kind gesproken en gekeken wat de vraagstelling of problematiek inhoudt. Vervolgens zal de therapeute met het kind bewegingsspelletjes doen en aansluitend het kind onderzoeken. Bij baby’s is bezoek aan huis mogelijk zodat samen met de ouders de thuissituatie bekeken kan worden. Indien nodig kunnen er dan adviezen gegeven worden. Met ouder en kind wordt dan de diagnose doorgesproken en gekeken welke behandeling het beste kan worden ingezet om de klachten te verminderen.

 

Testonderzoeken

Door de school, de huisarts of een kinderarts wordt ons soms een inschatting gevraagd van de motorische vaardigheden van een kind. Met behulp van testen kunnen we onderzoeken of een kind zich in vergelijking met de leeftijdsgenootjes motorisch goed ontwikkelt of wellicht een ontwikkelingsachterstand heeft opgelopen. Zo testen we  allerlei vaardigheden op het gebied van hinkelen en ballen, maar bijvoorbeeld ook vingerhandigheid. Van een onderzoek wordt een verslag opgesteld en naar de aanvrager gestuurd. De ouders ontvangen een kopie en een mondelinge uitleg van het onderzoek.

 

De uitslag van het onderzoek kan zijn dat er geen sprake is van een achterstand of andere problematiek en dan blijft het daarbij. Soms volstaan enkele gerichte adviezen om het kind verder te  helpen. Ook is het mogelijk dat een kortdurende kinderfysiotherapie wordt geadviseerd.